Beheertool
Wanneer je in het menu links klikt of dashboard op de knop Beheertool, kom je terecht in het scherm van de Beheertool.

Overzicht personen
Klik op Personen om het overzicht te openen van alle medewerkers die toegang hebben tot de PTI Planning Suite.
Hierin zie je zowel buitendienstmedewerkers als binnendienstmedewerkers.
Aanmaken persoon
In het linkerdeel van het scherm zie je de medewerkers die al zijn aangemaakt.
In het rechterdeel kun je een nieuwe medewerker toevoegen.

Vul de volgende gegevens in:
-
Naam
-
Personengroep (alleen van toepassing voor gebruikers met toegang tot de Workorder Tool).
Hiermee bepaal je van welke personengroep de medewerker de opdrachten mag inzien. -
Gebruiker (alleen van toepassing voor gebruikers met toegang tot de Workorder Tool).
Hiermee koppel je de persoon aan een bestaande gebruiker. -
Rollen
-
Voor binnendienstmedewerkers vink je Planner aan.
-
Voor buitendienstmedewerkers vink je Service_employee aan.
-
Bewerken persoon
Om gegevens van een bestaande medewerker te wijzigen, klik je op de betreffende medewerker in de lijst links.
De huidige gegevens verschijnen vervolgens in het rechterdeel van het scherm.
Klik op het veld dat je wilt aanpassen om de wijziging door te voeren.
Voor servicemedewerkers is het verplicht om een thuisadres in te vullen.
Dit adres wordt gebruikt om in de planning rekening te houden met de reistijd vanaf het huisadres.
Klik op de naam van de medewerker in het overzicht en vul het adres in.
Synchroniseer met FLS
Voor servicemedewerkers is het belangrijk dat de gegevens worden gesynchroniseerd met de planning.
Dit gebeurt automatisch wanneer je de optie Synchroniseer met FLS aanzet.
Het beheer van servicemedewerkergegevens vindt altijd plaats in de PTI Beheertool en niet in de planningsapplicatie zelf.
Klik op de medewerker in het overzicht, scroll in het zijmenu naar de optie Synchroniseer met FLS en vink deze aan.
Let op: servicemedewerkers die zijn aangemaakt in de acceptatieomgeving kunnen niet worden overgezet naar de productieomgeving.
In de productieomgeving moeten alle servicemedewerkers die in het veld met een tablet werken opnieuw worden aangemaakt.
Gebruikers aanmaken
Het aanmaken van een nieuwe monteur wijzigt per 20 november 2025. Hier zijn meerdere mogelijkheden voor afhankelijk van je rechten in de software. Het is heel belangrijk dat je dit doorneemt. Lees hier hoe je een monteur aanmaakt als gebruiker.
Let op: er is een nieuwe permissie toegevoegd. De nieuwe permissie is als volgt:
Beheertool → Gebruikers → Gebruikers Inzien
Zo maak je een nieuwe gebruiker aan als binnendienst medewerker (met rechten tot Gebruikersbeheer):
Optie 1:
- Open Gebruikersbeheer (User Next) en ga naar het tabblad Gebruikers.
- Klik op ‘+ Nieuwe gebruiker‘, vul het formulier in en sla op.
- Open de Beheertool en ga naar Personen.
- Klik op ‘+ Nieuwe persoon‘ aanmaken.
- Vul voornaam, achternaam en personengroep in:
- (met “Gebruikers Inzien”) Selecteer in de dropdown de gebruiker die je in de vorige stappen hebt aangemaakt in Gebruikersbeheer en klik op ‘bevestigen’.
- (zonder “Gebruikers Inzien”) Vul het emailadres in van de gebruiker die je zojuist hebt aangemaakt in de vorige stappen en klik op ‘bevestigen’.
- Klik op ‘Opslaan‘.
- Controleer de gegevens en zorg dat het thuisadres is ingevuld.
- Schakel de toggle ‘Service_employee‘ in.
De gebruiker is nu succesvol aangemaakt als monteur.
Optie 2:
- Open de Beheertool en ga naar Personen.
- Klik op ‘+ Nieuwe persoon‘ aanmaken.
- Vul voornaam, achternaam en personengroep in.
- (met “Gebruikers Inzien”) Selecteer in de dropdown “Gebruiker aanmaken”. vul het emailadres in van de nieuwe gebruiker en klik op ‘bevestigen’.
- (zonder “Gebruikers Inzien”) Vul het emailadres in van de nieuwe gebruiker (of bestaande gebruiker die nog niet gekoppeld is) en klik op bevestigen.
- Klik op ‘Opslaan‘.
- Controleer de gegevens en zorg dat het thuisadres is ingevuld.
- Schakel de toggle ‘Service_employee‘ in.
De gebruiker is nu succesvol aangemaakt als monteur.
Zo maak je een nieuwe gebruiker aan als onderaannemer (zonder rechten tot Gebruikersbeheer):
- Open de Beheertool en ga naar Personen.
- Klik op ‘+ Nieuwe persoon‘ aanmaken.
- Vul voornaam, achternaam en personengroep in.
- (zonder “Gebruikers Inzien”) Vul het emailadres in van de nieuwe gebruiker (of bestaande gebruiker die nog niet gekoppeld is) en klik op bevestigen.
- Klik op ‘Opslaan‘.
- Controleer de gegevens en zorg dat het thuisadres is ingevuld.
- Schakel de toggle ‘Service_employee‘ in.
De gebruiker is nu succesvol aangemaakt als monteur.
API
In de Beheertool kun je de API-instellingen configureren om een koppeling te maken met externe systemen of toepassingen.
Door de API correct in te stellen, kunnen gegevens veilig en automatisch worden uitgewisseld.
Bij het instellen van de API vul je de volgende onderdelen in:
Gebruikersnaam
Voer de gebruikersnaam in die wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de API.
Wachtwoord
Voer het wachtwoord in dat hoort bij de gebruikersnaam.
Met de knop ‘Nieuw wachtwoord genereren’ kun je direct een nieuw, veilig wachtwoord aanmaken.
Hash
De hash is een unieke sleutel die zorgt voor veilige communicatie met de API.
Vul de hash exact in zoals deze is verstrekt, zodat de authenticatie correct verloopt.
IP-bereik
Stel hier het toegestane IP-bereik in.
Alleen verzoeken die afkomstig zijn van deze IP-adressen worden geaccepteerd door de API.
Dit verhoogt de beveiliging en voorkomt ongeautoriseerde toegang.
Omschrijving
Geef een korte beschrijving van de API-configuratie, bijvoorbeeld het doel of de toepassing van de koppeling.
Dit helpt bij het beheer en onderhoud van meerdere API-instellingen.
Overige gegevens
In de Beheertool kun je Overige gegevens (Metadata) configureren.
Metadata is aanvullende informatie die je kunt koppelen aan opdrachten of taken.
Deze informatie kan worden gebruikt voor filtering, rapportages of in de mobiele applicatie.
Door metadata correct te configureren, zorg je ervoor dat opdrachten bij de aanlevering juist worden gevalideerd en verwerkt.
Metadata-overzicht
Op de hoofdpagina van het metadata-overzicht zie je een tabel met de volgende kolommen:
Naam
De naam van de metadata. Kies een duidelijke en herkenbare naam, zodat andere gebruikers direct begrijpen welke informatie wordt bedoeld.
Soort
Hier geef je aan welk type metadata het betreft. Dit kan zijn:
-
Lijst – De gebruiker kan alleen één van de vooraf gedefinieerde waarden selecteren.
-
Tekst – Vrije tekstinvoer.
-
Numeriek – Alleen numerieke waarden zijn toegestaan.
Waardes
Hier definieer je de mogelijke waarden die kunnen worden aangeleverd.
Bijvoorbeeld: Kelder, Zolder, Begane grond.
Niveau
Geeft aan of de metadata wordt gekoppeld aan een Workorder of aan een Taak:
-
Workorder – De metadata geldt voor de gehele opdracht.
-
Taak – De metadata geldt alleen voor een specifieke taak binnen de opdracht.
Valideren in aanlevering
Kies Ja of Nee.
Wanneer je kiest voor Ja, controleert het systeem bij de aanlevering of de waarde overeenkomt met de configuratie.
Voorbeeld:
Als de configuratiewaarde Kelder is en de aanlevering bevat Kelderss, dan wordt de aanlevering afgekeurd en niet verwerkt.
Verplicht in aanlevering
Kies Ja of Nee.
Wanneer je kiest voor Ja, wordt verwacht dat deze metadata altijd bij de aanlevering wordt meegeleverd.
Als de metadata ontbreekt, kan de aanlevering niet worden verwerkt.
Nieuwe metadata aanmaken en configureren
Je kunt eenvoudig nieuwe metadata toevoegen via de aanmaakknop rechts van de tabel.
Bij het aanmaken stel je alle bovenstaande eigenschappen in: naam, soort, niveau, validatie en verplichting.